De nieuwe norm en de oude
Beschermingsklassen uitgelegd
Wat een beschermingsklasse is
Een beschermingsklasse is geen rapportcijfer voor de kwaliteit van het werk. Het is een maat voor hoe fijnmazig de beveiliging is: hoeveel er wordt afgevangen en hoeveel restrisico er overblijft. Klasse I is het zwaarst, klasse IV het lichtst.
Welke klasse uw gebouw nodig heeft, volgt uit een berekening volgens NEN-EN-IEC 62305-2. Daarin wegen mee: de afmetingen van het gebouw, hoe vrij het staat, hoe vaak het daar bliksemt, wat er binnen gebeurt en hoeveel mensen er komen. De uitkomst is een klasse, en die klasse bepaalt vervolgens alles in het ontwerp.
| Klasse I | Klasse II | Klasse III | Klasse IV | |
|---|---|---|---|---|
| Rollende bol | 20 m | 30 m | 45 m | 60 m |
| Maaswijdte | 5 × 5 m | 10 × 10 m | 15 × 15 m | 20 × 20 m |
| Afstand tussen afleiders | ca. 10 m | ca. 10 m | ca. 15 m | ca. 20 m |
| Wat wordt afgevangen | ca. 98% | ca. 95% | ca. 90% | ca. 80% |
Kort gezegd: hoe lager het klassenummer, hoe kleiner de bol die over het gebouw rolt, hoe meer plekken hij kan raken en hoe meer vanginrichting er dus nodig is. Een kleinere bol komt tussen schoorstenen en dakopbouwen door waar een grote bol overheen rolt.
Hoe dat er in de praktijk uitziet
Drie gebouwen uit ons eigen werk, met de klasse die eruit kwam.
Kapel Biezenmortel — klasse II
Een klein gebouw, maar met een zware klasse vanwege de functie. Niet de afmeting bepaalt de uitkomst, maar wat er binnen gebeurt.
Kerktoren Buren — klasse III
Ruim vijfenveertig meter hoog. De bol van 45 meter raakt de spits en de dakrand, en precies daar is vanginrichting nodig.
Bedrijfsdaken — vaak klasse III of IV
Een plat dak wordt met de maasmethode ingedeeld. Bij klasse III is dat een raster van vijftien bij vijftien meter.
De oude norm: NEN 1014
Ligt er al jaren een installatie op uw gebouw, dan is die vrijwel zeker niet volgens de huidige norm aangelegd. Dat is geen probleem, en het betekent ook niet dat alles vervangen moet worden.
- Tot 1 januari 2006 zijn installaties aangelegd volgens NEN 1014, de Nederlandse norm van destijds.
- Tussen 2006 en 2009 kon het allebei: NEN 1014 of de nieuwe NEN-EN-IEC 62305.
- Op 1 februari 2009 is NEN 1014 ingetrokken. Alles wat daarna is aangelegd, volgt NEN-EN-IEC 62305.
Bij een inspectie toetsen we een bestaande installatie aan de norm die gold toen hij werd aangelegd. Een installatie uit 1998 hoeft dus niet ineens aan de norm van vandaag te voldoen. Wilt u wel opwaarderen, dan rekenen we uit wat dat betekent en wat het kost.
Wat NEN 1014 anders deed
De oude norm werkte met vaste regels per gebouwtype in plaats van met een risicoberekening per gebouw. Waar u nu eerst uitrekent wat er nodig is, volgde de uitvoering toen rechtstreeks uit de indeling van de norm.
Het grootste verschil zit in de inwendige beveiliging. Overspanningsbeveiliging en potentiaalvereffening waren onder de oude norm niet vanzelfsprekend onderdeel van het geheel; onder de huidige norm horen ze erbij. Bij een oudere installatie is dat vaak het eerste wat ontbreekt.
Wanneer een klasse opnieuw bekeken moet worden
Het gebouw krijgt een andere functie
Een kerk die woningen wordt, een schuur die bedrijfsruimte wordt: andere functie, andere risico's, mogelijk een andere klasse.
Er komt iets op het dak
Zonnepanelen, luchtbehandeling of een opbouw veranderen de vorm van het dak. Wat eerder in de beschermde zone lag, ligt dat daarna misschien niet meer.
Het gebouw wordt uitgebreid
Bij een aanbouw hoeft in beginsel alleen het nieuwe deel aan de huidige eisen te voldoen. Wel moet het geheel op elkaar aansluiten.
De verzekeraar stelt eisen
Een verzekeraar kan een zwaardere klasse verlangen dan er nu ligt. Dan rekenen we uit wat er moet gebeuren om daaraan te voldoen.
Weet u niet zeker of uw installatie nog voldoet?
Stuur het adres en een paar foto's van het dak. Dan laten we weten wat er nodig is.
